×

Zwart bolletje wordt Shenna

ZWART BOLLETJE WORDT SHENNA

22-12-2018

‘Wraf . . . wroef . . . wref . . . woeffie . .!’

Het enthousiaste geblaf overstemt de krakende takken en ritselende bladeren. Verscholen onder de struiken volgen twee twinkelende ogen het gewriemel van poten, neuzen en de prooi die steeds dichterbij komen. Nog enkele meters. Vier poten zetten zich schrap.

Já . . . NU! Als een duveltje uit een doosje stort een zwarte schim zich op de prooi en rent er met de felbegeerde bal vandoor, de overige hondjes verbouwereerd achterlatend. Maar dat duurt niet lang. Fanatiek zetten ze de achtervolging in.

‘WOEF! . . . WAF! . . . WOEFWAF! . . . WREF! . . . Zwart Bolletje . . . WROF! . . . WROEFWOEF!

Zwart Bolletje . . . WRAF! . . . WROEF!’

Het kleine zwarte bolletje gaat zo erg op in haar spel dat ze niet in de gaten heeft dat haar mama haar roept.  Ze hoort wel een stem . .  maar die zegt heel wat anders:

‘JAAA . . . dames en heren! Hier ziet u het nieuwe toptalent. Kijk nu eens wat een souplesse, wat een zwier en dat voor een puppy. Zo behoort neusbal gespeeld te worden. Maar oh, oh,

de achtervolgers zitten haar op de hielen. Zal ze het wel halen?!’

Het kleine zwarte bolletje voelt de hijgende adem van de andere honden. Met de doellijn in zicht zet ze er een extra tandje bij. Dit kán niet meer fout gaan. Dit wordt het doelpunt van

het ja . .

Maar wat is dat? Voordat het kleine zwarte bolletje de bal over de doellijn kan schuiven, verschijnen er als uit het niets, twee handen die de puppy oppakken en meenemen. Het zwarte bolletje is niet alleen verbijsterd maar ook ontzettend kwaad.

‘Hé jij daar! Ben je helemaal hoteldebotel? Laat me los! LAAT ME LOS!!!’ Zwart Bolletje gromt, grauwt, valt uit en probeert zich los te wrikken. De twee handen zijn echter sterker en dragen haar meedogenloos het huis in, sluiten de deur en zetten haar vlak bij haar mama die oh zo opgelucht is dat ze haar dochter ziet.

‘Waar zat je nou toch . . . ik heb je continu geroepen en ben je overal wezen zoeken. Ik was zó ongerust.’

Het zwarte bolletje antwoordt niet. Ze draait zich om en loopt naar de drinkbak.

‘Oh néé . . . je ziet er niet uit! Je bent behangen met takjes en bladeren en moet je jouw poten en buik eens zien. Ze zijn helemaal besmeurd met modder. Ook dat nog! Nee, zo gaat dat niet hoor, we moeten je eerst weer netjes maken,’ foetert haar mama.

Dezelfde twee handen tillen de puppy opnieuw op en zetten haar op de hondentafel. Voorzichtig, doch grondig, worden haar haren ontdaan van het plantenmateriaal en haar buik en poten worden schoongeveegd met een natte, zachte doek. Het humeur van het hondje zakt nog verder. Een half uurtje later is het hondje weer schoon. Opnieuw komen de twee handen tevoorschijn, pakken haar op en dragen haar naar de bank. Zwart Bolletje is moe en wil gaan liggen maar dat mag niet. Ze moet keurig gaan zitten. ‘Oh, wat zie je er mooi uit,’ zegt haar hondenmama. Maar dat maakt de puppy niet blij. In plaats van haar droomgoal te scoren en daarna door de anderen bejubeld te worden moet ze verplicht op de bank zitten. De twinkeling in haar ogen is verdwenen. Met mistroostige, diepzinnige ogen staart ze vooruit. Dachten haar mama en de mensen nu echt dat ze zo dom is om niet in de gaten te hebben wat er gaat gebeuren. Ze mag dan weliswaar nog maar enkele weken oud zijn, ze is pienter genoeg om dit alles te begrijpen. Bovendien heeft ze het, vanuit haar schuilplaats, al eens eerder meegemaakt. Toen hadden een neefje en nichtje op de bank gezeten. Ze was enorm geschrokken van de flitsen die uit een apparaat gekomen waren.

 

“Foto’s maken,” noemen de mensen dat. ’t Zou wat! Niet lang daarna waren er onbekenden gekomen die haar neefje en nichtje meegenomen hadden. En nu was het blijkbaar haar beurt om weggeflitst te worden. . .

De hondenmama merkt wel dat Zwart Bolletje van slag is.

‘Ach meisje toch. Er gebeurt echt niets ergs. Til je kop iets hoger en kijk dan recht vooruit. Het is zo gebeurd en daarna krijg je als beloning een extra grote kluif,’ probeert ze haar dochter over te halen. Nou, vooruit dan maar. Zo’n hondenkluif alleen voor haar is toch wel lekker. Toen de lichtflits weg was wilde Zwart Bolletje van de bank springen. Dat ging echter niet want twee handen hielden haar tegen.

‘Nog even wachten, dan maken we voor de zekerheid nog één foto.’

‘WAT? NÓG EEN? OH NEE . . . MOOI NIET. AFSPRAAK IS AFSPRAAK!’

Op het moment dat de fokster het knopje indrukt draait het zwarte bolletje haar kop demonstratief opzij. Bekijk het met z’n allen.

 

Het Cactusvrouwtje controleert haar e-mail. Oh wat leuk! Foto’s van Shenna, want dat is de naam die de Baardman en zij kozen uit de lijst met namen die het Paardenmeisje en de Pientere Knaap hebben opgesteld.

‘Baardman, Baardman. Kom eens kijken!’

Ze klikt de eerste foto aan.

‘Och, moet je die ogen eens zien. Wat zou Shenna hier denken?  Oh, deze foto is mooier.

Hier kijkt ze recht in de camera. Zie je hoe ze al gegroeid is? Ze begint ook al krulletjes te krijgen. Wat schattig!’

Het Cactusvrouwtje klikt op de laatste foto.

‘Oh . . . hier wil ze duidelijk niet meer meedoen. Het is een hondje met een eigen willetje.

Oei . . . oei . . . oei, dát wordt nog wat!’

 

Het is zondag. Dé zondag dat de hondenmama er niet langer onderuit kan. Vanochtend moet ze Zwart Bolletje vertellen dat de tijd gekomen is om afscheid te nemen. Iedere keer is het weer moeilijk. Niet alleen voor haar kinderen maar ook voor haarzelf. Ze moet de zorg voor hen overdragen aan mensen die ze maar één keer gezien heeft. Daarbij is de kans miniem dat ze te weten komt hoe het met haar kinderen gaat. Met het zwarte bolletje is het helemaal moeilijk. Geen van haar andere kinderen heeft zo duidelijk laten blijken dat ze niet weg wil. Haar mama mag immers ook blijven? De hondenmama loopt naar haar dochter die met een takje aan het spelen is.

‘Zwart Bolletje, ga je even mee? Ik moet je iets vertellen.....’

 

‘Vandaag? Moet ik vandaag weg?’ Zwart Bolletje kan en wil het niet geloven. Ze kijkt naar haar broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes. Zij zouden morgen met elkaar neusbal spelen en zij... zij zou ergens ver weg zijn, helemaal alleen.

‘Maar . .  mama . . .’begint Zwart Bolletje. Het snijdt de hondenmoeder door haar hart. Ze weet dat ze nu hard moet optreden.

‘NEE! Zwart Bolletje. Stop met dat gejammer. Vandaag komen je nieuwe vrouwtje en baasje je ophalen. Je vindt het allemaal eng en dat is te begrijpen, dat is ook niet erg. Maar denk eens terug aan die dag dat ze kwamen kijken. Kun je je niet meer herinneren aan de vrouw met die zachte, warme handen? Toen zij je droeg viel je angst helemaal weg. Weet je dat niet meer?’

 

‘Het zou niet goed voor je zijn om bij mij te blijven. Want hier zou je altijd Zwart Bolletje genoemd worden. Dat vind je nu nog wel prima, maar wat als je straks zo groot bent als ik? Dan is de naam Zwart Bolletje toch misplaatst? Vanaf het moment dat je met je nieuwe vrouwtje en baasje mee gaat heet je geen Zwart Bolletje meer, maar Shenna. Dat is een echte naam, maar die krijgen honden alleen als ze het aandurven om aan hun nieuwe leven te beginnen.  Jij zorgt ervoor dat de vrouw met de zachte, warme handen haar moedergevoelens kan uiten. Dat heeft ze nodig. En de droevige ogen van de man zullen weer gaan glinsteren omdat jij hem aan het lachen maakt. Maar dat is niet je belangrijkste taak. Wat dat exact inhoudt kan ik je niet zeggen. Ik weet alleen dat jij geboren bent als een bijzonder hondje met een unieke taak. Die taak kan je niet uitvoeren als je bij mij blijft.’

Zwart Bolletje loert opnieuw naar de andere puppy’s. Nooit meer samen neusbal spelen,

nooit meer samen ravotten, nooit meer lekker tegen elkaar aan kruipen, nooit meer de hartslag van haar mama horen. Zwart Bolletje slaakt een diepe zucht. Ze vindt het vreselijk om haar familie te verlaten, maar ze zal sterk en moedig zijn om haar missie te volbrengen. Immers, haar mama heeft haar een bijzonder hondje genoemd.

‘Mag ik nog even met de anderen neusbal spelen?’ vraagt Zwart Bolletje bedremmeld.

‘Natuurlijk, ik roep je wel als je nieuwe vrouwtje en baasje er zijn. En je hoeft de anderen niets te vertellen. Ze weten al dat je vandaag weggaat.’

 

Manenschijn kijkt voorzichtig om het hoekje van de stal.

‘Hé, waarom loop je niet door?’ vraagt Hittepetit.

‘Ik hoor een vreemd geluid. Het komt uit de richting van het woonhuis,’ antwoordt Manenschijn. Ook Witte Bles komt erbij staan. Samen luisteren ze naar de wisselende klanken die over de omgeving golven.

 

‘Tra-la-la-la-la-la-la. Tra-la, tra-la-la-la,’ zingt het Cactusvrouwtje uit volle borst terwijl ze onder de douche staat. Met de handdoek om, loopt ze even later de slaapkamer in.

‘Tra-la-la-la . . . Baardman, wakker worden . . . la-la-la-la-la!’ Haar stemming is opperbest.

Vandaag mogen ze eindelijk hun puppy ophalen. Na het ontbijt gaat de Baardman de pony’s, kippen, duiven en andere vogels verzorgen. Het Cactusvrouwtje loopt voor de laatste keer door en rondom het huis. Ze wil er zeker van zijn dat alles puppy-veilig is. De bloementuin en het grasveld zijn omheind. In de kas staat een kennel met leuke speeltjes. Daarin kan Shenna verblijven als de Baardman en zij druk bezig zijn met de klanten. Dan is de puppy niet zo alleen. Het Cactusvrouwtje kijkt snel even in de kast. Ja, er is voldoende puppyvoer.

Ze haalt een lekker warme deken van de zolder en legt deze in de grote, stevige doos waarin Shenna straks vervoerd zal worden.  Zodra de Baardman binnenkomt zegt het Cactusvrouwtje:  ‘Zet jij de doos alvast in de auto? Ik moet nog even mijn schoenen aantrekken en dan kom ik ook.’

De Baardman vult nog gauw een fles met water en pakt wat fruit mee voor onderweg. Nadat hij de doos op de achterbank heeft gezet, start hij de auto en rijdt alvast naar het hek aan de voorkant van het huis. Het Cactusvrouwtje heeft haar schoenen aangetrokken maar twijfelt nog of ze een vest zal meenemen of een jas. Ze kiest toch maar voor de jas. De Baardman ziet de buitendeur opengaan. Het Cactusvrouwtje zet een stap naar buiten maar bedenkt zich dan. ‘Wellicht is het verstandiger om eerst even naar de wc te gaan. Het is nog een lange rit en het is geen pretje om in december met blote billen langs de kant van de weg te zitten,’ mompelt ze in zichzelf.

 

‘Waar blijft ze toch? Geen idee wat ze nu weer aan het doen is. Nou ja, dan kan ik net zo goed nog gauw even een kopje koffie drinken.’  De Baardman voegt de daad bij het woord en loopt naar de kantine. Inmiddels is het Cactusvrouwtje er helemaal klaar voor. Ze draait de buitendeur op slot, loopt het trapje af, doet het hek goed dicht en stapt in de auto.

‘Zo Baardman, we kunnen rijden.’  Maar tot haar grote verbazing zit de Baardman niet achter het stuur. Hij is nergens te bekennen. Nou zeg, wat zijn dat nu weer voor grappen. Licht gefrustreerd stapt het Cactusvrouwtje uit de auto en loopt in de richting van de kas. Op het buitenterras komen ze elkaar tegen. Als uit één mond klinkt het:  ‘Waar wás je nou?!’

Ach, de dag is te mooi om te kibbelen. Zonder verdere strubbelingen bereiken ze het plaatsje Stein. Daar worden ze hartelijk ontvangen door de hondenfokster Silvia. Het Cactusvrouwtje ziet dat Zwart Bolletje met de overige puppy’s aan het spelen is. Onder het genot van een kop koffie nemen ze nog het een en ander door. Het is gezellig maar dan wordt het toch tijd om terug te rijden naar Ruurlo. Zwart Bolletje gaat natuurlijk mee.

‘Ik reken op je,’ fluistert de hondenmama in het oor van de verdrietige puppy. De Baardman zet het hondje voorzichtig in de doos en het Cactusvrouwtje gaat ernaast zitten.

‘Wacht . . . wacht nog even! Hier, neem deze doek mee. Die draagt de nestgeur. Dat voelt voor jullie nieuwe huisgenoot vertrouwd aan.’

Zwart Bolletje doet haar ogen stijf dicht. Dit is vast en zeker weer zo’n nare droom. Als ze straks wakker wordt is ze gewoon bij haar mama en haar familie. Zo ging het de vorige keren immers ook?  Het Cactusvrouwtje kijkt vertederd naar de slapende puppy. ‘Braaf meisje!’

Na een uur rijden is het plaspauze. Nee, niet voor het Cactusvrouwtje. Het kleine zwarte hondje wordt wakker zodra ze uit de doos wordt getild en op het gras wordt gezet. Ze kijkt rond. Waar is ze nu dan toch? Is dit nog wel een droom? Enkele minuten later tillen twee zachte, warme handen het hondje weer op en leggen haar voorzichtig terug op het dekentje in de doos. Al snel valt de puppy weer in slaap. ‘Knap hoor, Shenna!’ zegt het Cactusvrouwtje.  Thuisgekomen tilt de Baardman het hondje uit de auto, draagt haar het trapje op naar binnen. Zwart Bolletje begint nu toch te twijfelen of ze wel aan het dromen is. Ze zet enkele aarzelende stapjes en ze snuift de geur op. Wat ruikt ze nu toch allemaal? De rest van de zondag bestaat uit het verkennen van de omgeving en het in de gaten houden van de mensen die haar meegenomen hebben. Zo vliegt de dag voorbij en wordt het tijd om te gaan slapen.

 

Het zwarte hondje  begrijpt er niets van. Ze kijkt zoekend rond. Hebben haar broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes zich verstopt? Ze snuffelt in de bench. Ja, hier is de geur het sterkst. En ook haar mama moet toch ergens in de buurt zijn. Ze hoort duidelijk haar hartslag. De puppy draait enkele rondjes en gaat dan liggen.

‘Ach, ik ben vast weer aan het dromen,’ denkt ze.

 

Een uur voor het naar bed gaan heeft het Cactusvrouwtje de doek die ze van Silvia gekregen heeft in de bench gelegd. In de buurt van de bench heeft ze een tikkende wekker gezet. Deze tip kreeg ze van een kennis die de puppy-periode net achter de rug heeft. Zo te zien werkt het prima want Shenna ligt rustig te slapen. Dat doet de Baardman ook. Alleen het Cactusvrouwtje kan de slaap nog niet vatten. Uiteindelijk vallen bij haar ook de ogen dicht.

Alles is in diepe rust.

 

‘Kef, kef,’ klinkt het benauwd vanuit de bench. Het Cactusvrouwtje zit meteen rechtop.

‘Hee, Shenna. Rustig maar meisje. Wat is er aan de hand?’

‘Waf!’

‘Oh . . . moet je soms plassen? Nog even wachten. De Baardman gaat zo met je mee.

Het Cactusvrouwtje geeft de Baardman een por.

‘Baardman, wakker worden,’ roept ze.

‘Wa-wa-wat heb ie?’ vraagt de Baardman die nog half in slaap is.

‘Shenna geeft aan dat ze moet plassen!’

‘Oh, dat kan toch,’ antwoordt de Baardman waarop hij zich op zijn zij draait en weer in slaap valt.

Dat is duidelijk niet de bedoeling van het Cactusvrouwtje.

Ze schudt de Baardman heftig heen en weer.

‘BAARDMAN!  BAARDMAN! WAKKER WORDEN! Je moet met Shenna mee.’

Nu is de Baardman helemaal wakker en dat vindt hij maar niets.

‘Moet je mij daarvoor zo nodig uit mijn slaap halen? Jij bent toch al wakker? Dan kun je ook Shenna mee naar buiten nemen.’

‘Ho . . . ho . . . Baardman. Jíj bent degene die zo graag weer een hond wil hebben en dan ook nog eens een puppy. Dan is het niet meer dan normaal dat jíj nú Shenna gaat uitlaten.

PUNT!’  Oftewel discussie gesloten.  Het is nog maar 06.00 uur. Nadat de Baardman en Shenna een poosje buiten hebben gelopen, zoeken ze hun slaapplaats weer op.

 

De eerste nacht zonder familie in een vreemde omgeving met onbekende mensen doorbrengen is altijd het moeilijkst. Tegen alle verwachting in, is de afgelopen nacht uitermate goed verlopen. Het Cactusvrouwtje en de Baardman zijn dan ook zeer tevreden over hun nieuwe huisgenoot.

‘Shenna, jij bent TOP!’ zeggen ze waarbij ze hun duimen omhoog steken.

Nu alles zo goed gegaan is, heeft het Cactusvrouwtje alle vertrouwen dat Shenna de komende nacht ook wel rustig zal slapen.  Maar... daarin vergist ze zich.

 

Shenna zit buiten te peinzen. Ze moet inderdaad wel een heel bijzonder hondje zijn aangezien zij niet naar de hondenschool hoeft te gaan. Ze krijgt thuis les van een man die Fred wordt genoemd. De eerste les is best pittig. Het kleine zwarte hondje moet namelijk leren luisteren naar de naam Shenna. Dat valt niet mee als je vanaf je geboorte Zwart Bolletje hebt geheten.

‘SHENNA! SHENNA!’ roept het Cactusvrouwtje. Elke keer dat de puppy hierop reageert en meteen bij het Cactusvrouwtje komt, krijgt ze een beloning. Die ochtend leert Shenna eveneens het commando “ZIT”. Dat lukt Shenna al heel gauw.  Maar niet alleen Shenna krijgt les. Ook het Cactusvrouwtje en de Baardman moeten vol aan de bak. Aangezien iedereen zo zijn eigen opvattingen heeft, verloopt dit niet altijd even soepel. Maar dat geeft niet want zo leren ze elkaar goed kennen. De hond, haar vrouwtje en haar baasje. Het Cactusvrouwtje vindt het fijn om zo met de puppy bezig te zijn.

 

Na de middagmaaltijd nemen de Baardman en het Cactusvrouwtje Shenna mee naar de kas. Terwijl haar vrouwtje en baasje aan het werk zijn, vermaakt Shenna zich in haar kennel. Vanaf een veilige plek kan Shenna naar de bezoekers kijken. Sommigen blijven staan om met het kleine hondje te praten. Shenna vindt die aandacht wel leuk. En als ze moe is van alle indrukken trekt ze zich terug om een dutje te doen. Soms hoort ze de stem van haar vrouwtje of van haar baasje. Dat is fijn want dan weet ze dat ze niet alleen is. De Baardman en het Cactusvrouwtje komen regelmatig kijken of het goed gaat met hun puppy.

Om 15.00 uur is het koffietijd. Dan mag Shenna er even uit. Voordat hij gaat koffiedrinken neemt de Baardman haar eerst mee naar buiten om de poten te strekken en een frisse neus te halen. Overigens kan de puppy dan meteen haar behoefte doen. Zo vliegt de tweede dag voorbij. Voordat ze er op bedacht zijn, is het alweer tijd om te gaan slapen.

‘Welterusten Shenna, slaap maar lekker,’ zegt het Cactusvrouwtje.

Ligt het aan de spanning van alle nieuwe gebeurtenissen die Shenna heeft meegemaakt of mist ze toch ineens heel erg haar mama, broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes? Feit is dat Shenna niet kan slapen en het Cactusvrouwtje en de Baardman daardoor ook niet. Het is duidelijk dat Shenna zich ongelukkig voelt. Om de beurt gaan de Baardman en het Cactusvrouwtje eruit om Shenna te laten plassen, maar vooral om haar te troosten.

Shenna blijft echter wakker. Oh . . . oh . . . oh! Wat een  nacht.

 

Zo’n nare nacht hebben Shenna, het Cactusvrouwtje en de Baardman gelukkig niet meer meegemaakt. De dagen en weken vliegen voorbij. Shenna raakt steeds meer gewend aan het leven in en rondom de CactusOase. Er is ook zo veel te beleven.  Ze leert al snel dat cactussen geen planten zijn om mee te spelen. Ze weren zich met stekels die erg pijn doen als je ze in de neus hebt zitten of onder de poten. Er dwars doorheen banjeren is dan ook een slecht idee.

 

In de wei staan drie ponydames te soezen in de zon. Opeens horen ze de Baardman fluiten. Ze stuiven de stal binnen in de hoop een stukje peen of andere lekkernij te krijgen. Zodra ze de Baardman zien merken ze dat hij niet alleen is. Drie ponyhoofden verheffen zich boven het deurtje. Wegwezen, denkt Shenna en ze verstopt zich snel achter de benen van de Baardman.

‘Kom maar Shenna, je hoeft niet bang te zijn. De pony’s kunnen niet bij je komen. Ze zijn alleen nieuwsgierig. Kijk, dit is Hittepetit en daarnaast staat haar dochter Witte Bles. En dit is Manenschijn. Dames, ik wil jullie graag voorstellen aan Shenna. Ze is nu nog erg klein maar in de komende maanden zal dat ongetwijfeld gaan veranderen.’

De ponydames kijken elkaar aan. In hun ogen flonkert een lichtje. Het lichtje van de hoop.

Zou het dan toch nog gebeuren? Zou hun Cactus-Hofje een nieuwe woordvoerder krijgen?

‘We zijn enorm blij dat je bij ons bent komen wonen. We hopen dat we samen nog veel avonturen zullen beleven en delen,’ hinnikt Hittepetit.

Avonturen delen?

 

Het loopt tegen 17.30 uur. Alle bezoekers zijn vertrokken. Het Cactusvrouwtje ruimt nog enkele kopjes op, sluit de kassa af, pakt haar agenda en loopt, in gedachten verzonken, naar de uitgang.

‘WOEF!’

Het Cactusvrouwtje schrikt en haast zich terug naar de kennel.

‘Het is maar goed dat je geblaft hebt. Oei, oei, hoe kan ik jou nou toch vergeten. Weet je wat? Ik breng de agenda even naar binnen en dan gaan we samen een eindje wandelen.’

Zodra ze buiten komt ontdekt het Cactusvrouwtje echter een pikzwarte lucht. En hoort ze het daar in de verte rommelen?  Balen! Ze loopt met Shenna weer de kas in waar de Baardman, met een gieter in de hand, haar fietsend tegemoet komt.

‘Ga je de vogels doen?’ vraagt het Cactusvrouwtje.

‘Ja, hoezo?’ zegt de Baardman.

 

‘Ik wilde met Shenna gaan wandelen maar dat gaat niet. Er komt een pikzwarte lucht aan die niet veel goeds belooft. Kan jij Shenna meenemen naar de vogels? Dat is ook wel leuk voor haar. Dan zorg ik ervoor dat alle deuren goed op slot zitten zodat ze niet kan ontsnappen en dan kan ze heerlijk los rond lopen.’

De Baardman vindt dat een prima idee. Zodra het Cactusvrouwtje de laatste buitendeur achter haar gesloten heeft, maakt hij de hondenriem los. Shenna blijft in eerste instantie verbaasd staan. Wat is dit nou? De Baardman fietst de Oase in.

‘Shenna! Kom maar!’ roept hij.

Shenna stuift hem achterna. Ze rent steeds harder over de kronkelende paden. JIPPIE!

Met glinsterende ogen kijkt de Baardman naar de voorbij flitsende Shenna die het tempo nog verder opvoert. Maar . . . oh-oh!

‘PAS OP!’ roept de Baardman. Het hondje rent namelijk veel te snel door de bocht. Ze verliest haar evenwicht en belandt met haar achterpoten tussen de cactussen.

‘AU!!!’

In eerste instantie blijft Shenna beduusd zitten maar dan begint ze woedend te blaffen tegen de cactussen. De Baardman schiet in de lach. Het is ook zo’n komisch gezicht. Shenna kijkt nog één keer kwaad naar de cactussen. Dan volgt ze het spoor van de Baardman. Zo komt ze in de Vogeltuin terecht.

‘Kom, . . . kom maar, . . . KOM HIER!!!’

Shenna blijft verbaasd staan. Ze begrijpt het niet. Hoezo komen? Ze is er toch al. En waar is de Baardman?

‘Pino papegaai!  Brrr, . . . koud hè?’

Shenna kijkt verwilderd om haar heen. Wie is daar aan het praten? Ze ziet niemand. Dit is niet leuk meer. Haar staart zakt naar beneden en verdwijnt bijna tussen haar achterpoten.

Zodra de Baardman uit het voorraadhok stapt ontdekt hij de onthutst kijkende Shenna.

Wat zou er met haar aan de hand zijn?

‘Pino . . . lekker slapen?  Pino . . . koppiekrauw? Pino . .  ha-ha-ha!’

De Baardman begrijpt het direct. Hij tilt Shenna op, aait haar even en loopt daarna met haar naar een hele grote kooi.

‘Je zou het niet verwachten, maar deze kleine papegaai hier is de grootste kletsmajoor van de hele Vogeltuin.’

De Baardman bedenkt ineens iets. Hij gaat in het midden van de Vogeltuin staan.

‘ALLEMAAL LUISTEREN!’ brult hij.

Daarna houdt hij het kleine hondje hoog in de lucht en spreekt: ‘Dit is Shenna, onze nieuwe huisgenoot. Ik hoop dat jullie, net zoals met Wolfje, Wollebaal, Freule en Tijger,  goede vrienden worden.’

De Baardman zet Shenna op de grond en gaat weer verder met het verzorgen van de vogels.

Shenna aarzelt, ze wacht nog even, verzamelt alle moed bij elkaar en loopt naar de dichtstbijzijnde kooi waarin twee op elkaar lijkende vogels zitten.

‘Uhm . . . , ja . . ., uhm . . .  hoi, ik ben dus Shenna. Ik kom uit een labradoodle-familie.

En wie zijn jullie?’

 

Zo loopt Shenna van kooi naar kooi en maakt, in haar eentje,  kennis met de bewoners in de Vogeltuin. Zich totaal onbewust dat zij hiermee de hoop aanflakkert van alle bewoners van het Cactus-Hofje. Hun hoop op een nieuwe woordvoerder.

 

 

 

Maand na maand verstrijkt. Het is een mooie zomer. Bijna elke avond maken Shenna, de Baardman en het Cactusvrouwtje een wandeling bij een grote waterplas in Borculo. Daar lopen meer baasjes met hun hondenmaatjes.  Veel honden vinden het fantastisch als hun baasje of vrouwtje een speeltje ver in het water gooit zodat zij het weer kunnen ophalen.

Shenna houdt het echter bij pootjebaden, dat vindt ze meer dan genoeg.  Maar dan, op een avond . . . verschijnt er een twinkeling in de ogen van Shenna. De Baardman en het Cactusvrouwtje zien het niet. Tegen beter weten in, gooit de Baardman een speeltje in het water en wacht. Shenna loopt tot aan haar buik in het water en blijft dan staan. De Baardman en het Cactusvrouwtje lopen door in de veronderstelling dat Shenna er zo aan komt rennen. Maar dat gebeurt niet. Het Cactusvrouwtje draait zich om. Waar is Shenna? 

‘SHENNA!’ roept ze verschrikt. Er komt echter geen hond op haar af rennen.

‘Oh Baardman!  Wat nu?’

Het begint nu ook bij de Baardman te kriebelen. Samen speuren ze het hele strand af.

Shenna is nergens te bekennen.  Plotseling begint de Baardman te lachen.

‘Waarom lach je nou!’ foetert het Cactusvrouwtje.

‘Kijk dan, daar vlakbij je in het water.’

Het Cactusvrouwtje kijkt en herkent de zwarte kop die net boven het water uitsteekt. In haar bek houdt Shenna het speeltje dat de Baardman in het water heeft geworpen.

Oh die Shenna! 

 

Diezelfde avond is het onrustig in de Vogeltuin. De ene papegaai schreeuwt nog harder dan de ander. Sluipt er misschien een roofdier rond? Nee. De vogels voeren een heftige discussie over het onderwerp: Wie vraagt Shenna of ze woordvoerster van het Cactus-Hofje wil worden. Kletsmajoor is hiervoor het meest geschikt maar hij doet alsof hij niets hoort en zijn snavel zit blijkbaar dichtgeplakt want hij reageert niet. Slappeling!

De een na de ander valt stil en menig vogel voelt de wanhoop groeien.

Een zacht stemmetje zegt ineens:  ‘Is het niet beter om dit aan de pony’s over te laten? Zij zijn ook veel groter dan wij en dat maakt sowieso meer indruk.’

‘Ha . . . ha . . . ha! Je moet wel een kanarie zijn om zoiets doms te bedenken. Je vergeet dat wij niet in contact kunnen komen met de pony’s. Dat is ook het hele probleem!’

Hé! Blijkbaar zijn de oren van Kletsmajoor weer open gegaan en kan hij ook weer zijn snavel gebruiken.  Pieter-Jan Kanarie laat zich hierdoor gelukkig niet afschrikken.

‘Shenna zal voor ons de boodschap overbrengen door middel van een code. Ze hoeft alleen maar het woord Cactus-Hofje te zeggen en dan begrijpen de pony’s heus wel wat er aan de hand is.’

 

Shenna vindt het een hele eer om een bode van de vogels te zijn. Zodra ze de stal binnen loopt zegt ze: ‘Hittepetit, Manenschijn en Witte Bles. Ik heb een boodschap voor jullie van alle vogels in de Vogeltuin.’

‘Wat is dat dan?’ vraagt Hittepetit.

‘Cactus-Hofje,’  antwoordt Shenna.

‘Oh,’ zegt Manenschijn en wendt zich tot de andere pony’s die tot haar verbazing ineens verdwenen zijn. Dat is fraai. Heeft ze wekenlang het gekissebis van die twee moeten aan- horen over wie het meest geschikt is om Wolfje op te volgen, en dan gaan ze als het er echt op aan komt vandoor. Er moet iets gebeuren en zo snel mogelijk. Maar daarvoor heeft  ze nóg iemand nodig, namelijk Mauma.

‘Shenna, ik heb een groot probleem en alleen jij kunt mij daarbij helpen!’

 

Een greep uit het fotoalbum

Privacyverklaring | Copyright by Belevingspark Cactus Oase - Ruurlo | Created by